Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 17 juni 2021

Tijd voor een lokale Kinderwet

Het geven om kinderwelzijn is een universeel iets, maar in bestuurlijk Nederland lukt dat niet altijd. De jungle van verschillende belangen, plichten & regelingen zorgt voor snel verdwalen in beleid: iets dat voor grote schade kan zorgen. Als lokale besturen het meeste invloed hebben op kinderwelzijn, waarom zijn ze dan aan het minst gebonden? Hoe stellen wij het belang van het kind veilig? Een lokale kinderwet uit Japan biedt misschien een antwoord. 

In Nederland zijn kinderen juridisch en sociaal meer beschermd. Niet alleen via ons rechtssysteem en maatschappelijke infrastructuur, maar ook in onze hoofden en harten. Ik denk dat veel Nederlanders met lede ogen moesten aanzien hoe Corona de situatie van hun kinderen drastisch veranderde, of hoe in bepaalde regio’s ze steeds vroeger in aanmerking komen met drugs en geweld. Dat een kind gekoesterd moet worden is één van de weinige dingen waar vrijwel heel Nederland met hart en ziel achter kan staan.

Maar waar het belang van het kind duidelijk is in zaken zoals criminaliteit of welzijn tijdens een pandemie, raken ouders vaak de draad kwijt bij de politiek. Of beter gezegd, de lokale politiek. Terwijl alle ogen dan gericht staan op grote landelijke thema’s zoals de studieschuld en de kindertoeslagaffaire, vergeet men dat het de Gemeenteraden en Colleges zijn die veel meer directe invloed hebben op het leven van een kind.

Naar welke school uw kind waarschijnlijk zal gaan, van wie uw kind zorg krijgt, of een speeltuin bij u om de hoek blijft, of een oversteekplaats veilig is en of de lokale vereniging waar uw kind lid van is subsidie zou krijgen: grote en kleine dossiers bewegen zich door de handen van uw raadsleden en het College van B & W, en het besluit ligt bij hen. En zij, vaak zelf ook ouders en natuurlijk ook ooit kind geweest, hebben uiteraard het beste met de kinderen van hun Gemeente voor. Maar dit gaat niet altijd goed.

In dit langer dan gebruikelijk stuk hoop ik uit te leggen hoe het komt dat besturen soms kinderwelzijn volledig uit het zicht raken, waarom ouders zich daar moeilijk tegen kunnen verzetten, en hoe we een stap naar een oplossing kunnen zetten. Dat Enkhuizen geen groot schandaal kent is goed. Het is alleen geen garantie dat het nooit hier zal gebeuren, en ik geloof in de filosofie van beter voorkomen dan genezen.

Laat ik beginnen met een concreet voorbeeld van wanbeleid naar kinderen toe:

DE ZAAK INTERVENCE

Vorig jaar besloten dertien Zeelandse Gemeentes (om het simpel te houden, het bestuur) in samenwerkingsverband om hun contract met Intervence op te zeggen. Intervence was een zorgaanbieder die belangrijke ondersteuning gaf aan kinderen en gezinnen: vaak moeilijke dossiers die veel maatwerk en intensieve zorg vereiste.

Het bestuur van die Gemeentes kampte met een aantal problemen. Intervence had veel ziekteverzuim onder het personeel, koste veel geld en had naar hun mening niet snel genoeg haar beloftes om te verbeteren nagekomen. Toen drie andere zorgaanbieders een lagere prijs beloofden voor betere zorg, stopte het bestuur haar contract met Intervence en ging met de concurrentie in zee.

Wat volgde was niet alleen het verdwijnen van getalenteerd personeel uit deze overbelaste sector, maar Intervence moest abrupt stoppen met veel langdurige zorgtrajecten: die al volzaten met maatwerk, speciale zorg en dossierkennis. Veel ouders, die over het algemeen blij waren met Intervence, moesten nu volledig overnieuw beginnen met onbekende partijen.

Sommige kinderen zakte weer terug in oude mentale problemen, ook werd de zorg duurder gemaakt. Zelfs de inspecties van Gezondheidszorg & Justitie sturen brandbrieven naar de minister dat deze gang van zaken niet oké zijn. Veel tranen, kinderen in pijn en onbegrip, maar hoe dan? Met een beetje maatwerk, geduld en zorgzaamheid kon de klap enorm verzacht worden, al dan niet voorkomen worden. Zijn die Zeeuwse bestuurders dan harteloos?

Nee. Iedereen is in staat om op deze manier te besluiten. Aan één kant heeft u een organisatie die ondermaats functioneert, aan de andere kant heeft u aanbieders die beter voor goedkoper kunnen leveren. Vanuit een markt-perspectief, is dit besluit helder. Bestuurders met deze dossiers denken niet alleen aan het kinderwelzijn, maar moeten ook economische, juridische en electorale factoren afwegen. Dat moeten ze doen als ze goede bestuurders willen zijn, hoe koud dat misschien ook klinkt.

Als het afwegen goed gaat, dan hoort u niks. Als het fout gaat, dan krijgt u bijvoorbeeld de zaak Intervence. Bestuurders zijn immers ook mensen, en mensen raken soms verdwaald in een jungle van verschillende (en vaak tegenstrijdige) belangen. Als dit rampscenario gebeurt, dan staan ouders en hun kinderen al 2-0 achter.

Niet alleen hebben besturen gewoon de bevoegdheid om op deze manier te beslissen, maar ouders kennen het proces niet altijd even goed. Zij staan weerloos tegenover de grotere politiek dat boven hun hoofden afspeelt. Hoe bewijst u dat uw vijfjarig kind belang heeft bij een beter schoolgebouw, of dat uw elfjarig kind écht die zorgverlener nodig heeft, en niet met een andere kan? Dat een speeltuin echt wel gebruikt wordt door kinderen in de buurt, of dat een voorziening echt niet weg mag?

Deze scenario’s klinken misschien als een ver-van-mijn-bed show. Maar dat zijn ze niet, zeker niet als Gemeentes financiële problemen hebben. Toen Gemeente Hollands Kroon niet zo lang geleden al haar zorg bij één mega-bedrijf plaatste, of Breda simpelweg minder zorg voor kinderen ging leveren, werd er weinig gepraat over de gezinnen: en die gezinnen konden er ook vrij weinig tegen doen. Veel geschrijf over geld en visies, maar de tragedie aan de keukentafel bleef uit het zicht.

GENADE VAN HET BESTUUR

De zaak van Intervence heeft veel media-aandacht (en daarom veel nationale inmenging) gekregen, maar hoeveel dossiers niet? Ooit hoorde ik zorgen over de toekomst van Parlan, maar sinds de rechtszaak is dat ook volledig van de radar afgegaan. Ook over het IKC praat men veel over gebouwen en geld, maar niet wat het kind nodig heeft.

Als Amsterdam geld tekortkomt voor haar jeugdzorg, dan mag hun wethouder in gesprek met het Ministerie. Als Enkhuizen tekortkomt, dan zal het maar moeten bezuinigen. Niet ieder probleem, hoe ingrijpend dan ook, kan rekenen op brieven van Inspecties of een luisterend oor van Den Haag. Veel Gemeentes, waaronder Enkhuizen, zullen het toch echt zelf moeten oplossen.

En daar begint het gladde ijs als we het hebben over kinderwelzijn. Ook Enkhuizen moet binnenkort, en waarschijnlijk ooit in de toekomst, weer bezuinigen. Ook Enkhuizen is, net zoals de Gemeenten in Zeeland, gebonden aan gemeenschappelijke regelingen. Wat als het bestuur vanwege geldproblemen of een slechte werkrelatie met een organisatie, het zorgtraject van uw kind overhoopgooit? Wat als een meerderheid van Gemeentes in een regeling Enkhuizen trekken naar slechter beleid of onzekerheid? Wat als een extern bureau een beeld schetst van een voorziening, dat voor kinderen uit uw omgeving toch als anders ervaren wordt?

In feite zijn ouders en hun kinderen compleet afhankelijk van dat bestuurders hun belangen belangrijk genoeg blijven vinden. Dat er altijd een afweging gemaakt zal worden dat rekening houdt met het kinderwelzijn. Hoe veel iedereen ook om kinderen geeft, hoe graag wij willen geloven dat dit soort emotionele kwesties altijd een prioriteit hebben: in de politieke wereld is dat niet altijd zo. We hoeven niet zo ver terug in de tijd om dossiers te vinden waar burgerparticipatie verwaarloosd was in Enkhuizen.

Uiteraard bestaan er al kaders die Gemeentebesturen vertellen wat ze minimaal aan jeugdzorg, voorzieningen of onderwijs moeten geven. Deze kaders zijn alleen versnipperd over tientallen verschillende dossiers, en stellen minimale (en vaak verschillende) vereisten die meer gaan over dát er iets gedaan moet worden, in plaats van de manier waarop. Raadsleden kunnen niet zestig besluiten en regelingen in verband leggen om kinderwelzijn goed te monitoren, en Colleges zijn beperkt tot de specifieke kaders en afwegingen van een individueel dossier.

Als ik kinderen had, dan zou ik willen dat hun belangen en welzijn veiliger waren dan dat ze nu zijn, waar de kwaliteit sterk afhangt van de kwaliteit van het bestuur of van allerlei verschillende besluiten. Dan zou ik er zeker van willen zijn dat als een plan met kinderen te maken had, dat er altijd weloverwogen en secuur gekeken werd naar hun belangen, ook in moeilijke situaties. Ik zou dan op meer willen en kunnen rekenen, dan alleen de goedheid van de mens.

Is dat reëel? Misschien. De Gemeenteraad van Tokyo probeert het:

LOKALE KINDERWET

De Gemeenteraad in Tokyo had in maart 2021 de ‘Tokyo Children’s Basic Ordinance’ aangenomen van de Komeito-Partij. Deze ‘Kinderwet’ veranderd de relatie tussen kinderen en het bestuur, en geeft meer kaders en plichten waar nieuw en oud beleid aan moet voldoen. Als het ware zet het de lat voor zichzelf hoger, en moeten besturen verplicht meer nadenken en afwegen voordat ze een besluit nemen wat grote invloed kan hebben op kinderwelzijn.

Als een district in Tokyo dus van een jeugdzorgverlener wil veranderen, en een ander een school weigert te renoveren: dan zijn zij gebonden aan specifieke plichten en verwachtingen. Zij moeten dan bijvoorbeeld in beleidsdocumenten duidelijk uitleggen waarom iets wel of niet in het belang van het kind is, aantonen dat zij met de juiste belangenorganisaties of ouders in gesprek zijn geweest, en moet het bestuur alle belanghebbenden (ouders én organisaties) in de gelegenheid stellen om hun conclusies openlijk uit te dagen, en hier in bezwaar tegen te gaan. Het maakt dan niet uit wat voor besluit het is: gaat het over kinderen? Dan moet er tenminste goede toelichting en burgerparticipatie zijn, tenminste van een hoger niveau dat bij huidige besluiten de norm is.

De Gemeenteraad is hier het meest bij gebaat. In plaats van zich te moeten beroepen op allerlei snippers van kinderwelzijnsbeleid in verschillende besluiten en regelingen, is er nu één helder beleidsdocument dat als een kleine kadernota alle bestaande en nieuwe kaders op een rij zet. Het College kan, met deze nieuwe kaders, dan ook veel beter bewijzen dat haar beleid afgewogen is: het voldoet immers aan alle eisen van de Kinderwet. Ook ouders hebben een helder overzicht van de rechten van hun kind, en de plichten van het bestuur, en kunnen daardoor sneller en effectiever de belangen van hun kinderen waarborgen.

Uiteraard zullen moeilijke en harde besluiten blijven bestaan, en zou het bestuur nog altijd andere factoren moeten meewegen. Geld en capaciteit zal vaak leidend blijven, want beleid wordt immers niet uitgevoerd met goede bedoelingen en wil alleen. Desondanks zou een Kinderwet een groot verschil kunnen maken. Tuurlijk, sommige besluiten worden dan complexer gemaakt door deze nieuwe criteria: maar die extra moeite zorgt er wel voor dat wanbeleid of foute keuzes sneller worden gesignaleerd, voorkomen of gecorrigeerd.

In feite wordt die jungle van belangenafwegingen ontbost met heldere kaders en een sterkere plicht om het kinderwelzijn mee te wegen. Al zou Enkhuizen zelf een kinderwet aannemen, uiteraard gebaseerd op onze wetgeving en lokale werkelijkheid: dan kan het ons beschermen wanneer gemeenschappelijke regelingen rare dingen gaan doen, of wanneer een toekomstig college een fout pad opgaat. Hoogwaardig bestuur op dit onderwerp wordt een zekerheid, in plaats van alleen een verwachting. Als kinderen juridisch en sociaal meer beschermd zijn, waarom dan lokaal niet?