Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 8 maart 2021

Ons denken over parkeren moet beter

Al jaren kampt Enkhuizen met een hardnekkig parkeerprobleem, waar na iedere verkiezingen steeds dezelfde ideeën worden gerecycled. Vorig jaar bevond ik mij bijvoorbeeld op een informatieavond over het toekomstig parkeerbeleid van Enkhuizen. Daar mochten raads- & commissieleden hun steun of twijfel uitspreken, en met de aanwezige ambtenaren in discussie treden. Op die avond was één van de presentatoren wethouder Struijlaart. Hij benoemde toen (terecht) dat de parkeerdruk in de binnenstad o.a. komt doordat er veel winkels zijn waar Enkhuizenaren & omstanders gebruik van maken, die dan met de auto komen. Toen al stelde ik het idee voor wat ik hieronder zal beschrijven, met als antwoord dat het niet zou kunnen. Na wat onderzoek en spieken bij andere Gemeenten zet ik vraagtekens bij die claim.

Partijen en ambtenaren duiken in Enkhuizen vrij snel rondom de tekentafel om de hoeveelheid auto’s te minderen of te herleiden. Willen wij een grote ondergrondse parkeergarage, betaald parkeren, autoluw of überhaupt geen auto’s in de straten? Al bij die informatieavond voelde ik dat deze discussie verkeerd werd gevoerd. Met de parkeervisie ondertussen in behandeling, vind ik het een goed moment om te proberen deze discussie naar de juiste plek te leiden. In plaats van te kijken naar hoe wij autogebruik in de binnenstad moeten ontmoedigen, vind ik dat we moeten kijken naar hoe wij Enkhuizen inrichten als overheid. Want het is deze inrichting die de kern vormt van ons parkeerprobleem.

WAAR BESTAAT ENKHUIZEN UIT?

Wanneer men kijkt naar Enkhuizen als één compleet geheel, waar mensen van verschillende inkomens voor verschillende redenen naar bepaalde delen van de stad reizen, kunnen diverse conclusies al snel worden getrokken. Kijkend naar de aanwezigheid van voorzieningen in Enkhuizen en de verspreiding ervan, ziet men al gauw drie zones:

1). Binnenstad ‘Winkelhart’ & Stadscentrum

Grote diversiteit aan winkels en horeca aanwezig, bezit een groot park en is verbonden met havens en een treinstation.

2). Bloemenbuurt & Gommerswijk (west)

Één winkelcentrum (Koperwiekplein) en twee ‘winkelzones’, een ‘strip mall concept’ in de Bloemenbuurt en een grote Aldi in Gommerwijk-west.  

3). Randen van Gommerswijk west, Kadijken & toekomstig Gommerswijk west-west

Één basischool en kinderopvang, alle andere voorzieningen zijn in andere zones.

De hoeveelheid voorzieningen in deze zone, maar ook het gemiddeld inkomen en de bereikbaarheid via het openbaar vervoer, heeft invloed op het ‘reis-patroon’ van de bewoner. Het reis-patroon is belangrijk, omdat het de gewoontes en het gedrag van bepaalde bewoners als het ware vastzet. Verplanken in 1997, maar ook Fujii & Gärling in 2005 noemden dit een ‘script keuze’. Als een bewoner vanwege bepaalde afwegingen en invloeden kiest om met de auto te gaan, is er weinig wat zijn keuze zal kunnen veranderen.

En wij weten al waarom mensen überhaupt in de eerste instantie voor een auto kiezen, ondanks dat parkeren of reizen door Enkhuizen soms vrij verkeer-onvriendelijk kan zijn door de drukte. Jakobsson & Bergstad hadden in 2004 en 2011 deze keuze uitgebreid onderzocht, en het komt door wat zij ‘instrumentele redenen’ noemen.

De Gemeente Enkhuizen kan bijvoorbeeld niets doen aan het inkomen, de afstand tot het werk of de hoeveelheid kinderen van gezinnen, wat vaak de meest belangrijke instrumentele redenen zijn om een auto over het algemeen te gebruiken. Een andere belangrijke reden, waar de Gemeente wél direct invloed op kan hebben, is de afstand en bereikbaarheid tot voorzieningen.

Deze laatste reden maakt de zones die hierboven zijn genoemd uitermate belangrijk. Door alleen naar de binnenstad te kijken, negeert men de oplossingen die buiten de binnenstad mogelijk zijn, en ziet men zich genoodzaakt om direct autogebruik te beperken of parkeren te vermoeilijken.

Bewoners van de binnenstad (Zone 1) zullen desondanks onze maatregelen een auto nodig hebben voor het reizen naar werk, als MKB bedrijfsbus of voor gezinsvervoer. De auto daar wordt niet gebruikt om te winkelen, maar staat geparkeerd voor ander en essentiëler gebruik. De autorijder benadelen in de binnenstad zal deze bewoners slachtoffers maken van een vermoeilijkt woon- & werkverkeer, genot van de binnenstad verminderen door langere loopafstanden naar de geparkeerde auto en de drukte alleen maar naar de buitenwijken dringen.

DE OPLOSSING VOOR DE BINNENSTAD LIGT ERBUITEN

De binnenstad zal druk blijven, wat er ook gedaan wordt. Al willen wij én toerisme, én een winkelhart én veel bewoners op een kleine ruimte huisvesten: dan zullen wij net zoals vele Nederlandse steden moeten accepteren dat de drukte er blijft.

Wat er wél gedaan kan worden is om één instrumentele reden voor autogebruik (de afstand en bereikbaarheid van voorzieningen) te ontnemen. Autogebruik afstraffen of burgers laten betalen is hiermee de makkelijke weg, waarmee er geen verantwoordelijkheid genomen wordt (en dus geen oplossing komt) voor de kern van dit probleem, namelijk: het gebrek aan, en overbelasting van, voorzieningen in zone 2 & 3.

In mijn jeugd was er nog geen Kadijken, en bestonden er naar mijn weten geen plannen voor circa 800 nieuwe woningen op Gommerswijk west-west. Winkelcentrum Koperwiekplein had naast supermarkten ook een groenteboer en kledingwinkel, en deze wijk kenden vijf basisscholen: (3 scholen van De Driespan, de Hoeksteen & Voorhof).

Anno 2021 is Kadijken vrijwel af met honderden nieuwe bewoners, en zullen wij in de toekomst nog 800 woningen erbij krijgen in Gommerswijk west-west. Daartegenover zijn de voorzieningen in dit gedeelte niet meegegroeid, maar zijn ze zelfs gedaald. Honderden nieuwe bewoners maken nu gebruik van een wijk met één basisschool minder, en van één winkelcentrum met minder diversiteit qua winkels.

Niet alleen wonen honderden bewoners nu niet langer op loop- of fietsafstand van scholen en winkels, maar er zijn er tegenwoordig ook minder van. Al wil iemand uit de Seyndersloot kleding kopen, dan moet hij naar de binnenstad. Al moet iemand uit het Kruideel naar een opticien, dan zal hij ook naar de binnenstad moeten. Door honderden huishoudens in commerciële ‘dode wijken’ te plaatsen, geven wij alleen maar een sterkere instrumentele reden om met de auto naar de binnenstad te gaan.

Een antwoord hierop tijdens de informatieavond van vorig jaar was dat ‘bewoners voor 10 minuten wel de fiets pakken’. Maar dit is simpelweg niet waar, voor meer redenen dan weersomstandigheden of gemakzucht. Vrijwel iedereen die in Westfriesland op een industrieterrein werkt, zal afhankelijk van een auto zijn, en bouwt daarmee dus een ‘reis-patroon’ dat gebaseerd is op een auto. Hetzelfde geldt voor steden zonder een directe verbinding zoals Medemblik, Wervershoof, Den Helder, et cetera. En zelfs al heeft het een directe verbinding, werkend Nederland kan niet geheel Hoorn, Utrecht of Amsterdam even gemakkelijk bereiken via het OV. Kortom: in een niet-centrale gemeente als Enkhuizen, is autogebruik veel normaler en nodiger.

Daarnaast heeft Enkhuizen een erg verspreid winkel-assortiment: als ook maar één product gekocht moet worden wat niet in de Aldi of op Koperwiekplein te vinden is, dan haalt men maar alles in de binnenstad in plaats van op en neer te rijden. Doe dit paar keer, en het wordt een vaste ‘script keuze’ die zich zal blijven herhalen. Een autoluwe binnenstad zal deze consument niet snel tegenhouden, en hem in het ergste geval naar het Streekhof sturen.

WAT KUNNEN WE DOEN?

Enkhuizen is al aardig volgebouwd en zal, zelfs wanneer het fuseert met de SED-gemeenten, helaas altijd een hoge druk ervaren op de binnenstad door de centralisatie van voorzieningen daar. Wel kan er gekeken worden voor inspiratie naar steden zoals Zoetermeer of zelfs buurman Stede Broec.

Voor verschillende redenen hebben deze twee voorbeelden een erg verspreid winkelassortiment door de gehele stad heen, terwijl ze wel een erg druk winkelhart hebben. Zoetermeer maakt bijvoorbeeld veel gebruik van ‘strip malls’ zoals wij die zien bij de Bloemenbuurt, waar kleine winkels en restaurants naast elkaar in of net buiten een woonwijk staan. Alles is in de buurt, waardoor men daar geslaagd het gebruik van parkeerplaatsen en drukte in de binnenstad terugdringt.

In Stede Broec heb je dat iets minder, maar heb je toch een aardige verspreiding van restaurants en winkels. Het Streekhof heeft daar veel: maar naar de bakker gaan, iets kopen voor huisdieren of spareribs eten kan ook aan de Boerhaavestraat aan de andere kant van de stad. Zo zijn er, waar men ook woont, altijd wel restaurantjes, kappers of losse supermarkten. Het is misschien geen Zoetermeer, maar de bewoners worden niet gedwongen om voor alles naar het centrum te gaan, zoals dat in Enkhuizen wel wordt gedaan.

Het begin van dé oplossing is eigenlijk vrij simpel. Herzie het plan van Gommerswijk west-west, en faciliteer daar de bouw van een nieuw klein winkelcentrum/strip mall concept, besteed dit uit aan een diverse set ondernemers die er in de buitenwijken niet zijn (kledingwinkels, restaurants, opticiens, groenteboeren, et cetera): en verminder zo het autoverkeer richting de binnenstad vanuit Zone 2 & 3. Hou uiteraard rekening met de concurrentiepositie van bestaande ondernemers.

Pas daarna kan reëel gekeken worden naar bestaande knelpunten in de parkeerplekken van de binnenstad, en hoeven wij niet onmiddellijk in te hakken op de leefbaarheid en comfort van onze bewoners in de binnenstad.