Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 10 februari 2020

Onze (lokale) democratie moet moderner

Op 14 januari was ik op een informatieavond over de regionale energiestrategie (RES). Ergens rond het einde werd het onderwerp burgerparticipatie aangesneden door wethouder Heutink in de vorm van de vraag: hoe kunnen wij het beter doen? Met oog op groteske thema’s zoals de energietransitie, de omgevingswet, maar ook lokale thema’s zoals parkeren, de bloemenbuurt of het REZ: wordt het betrekken van de burger steeds belangrijker.

Maar waar er wil is, is niet altijd een weg. Ondanks dat iedere partij in de raad, het college en de ambtelijke organisatie smachten naar méér inspraak en een beter overzicht van de meningen van de burgers, lijkt het uitdagend om deze burgers nou eenmaal te bereiken. Iedere soort avond trekt weer een andere doelgroep, ieder onderwerp weer andere enthousiastelingen: wat er in de wijken speelt is gewoon lastig te vertalen naar een totaalplaatje van alle belanghebbenden en hun belangen. Dat dit een gevoel van ongehoord te zijn opwekt over onderwerpen zoals bijvoorbeeld het REZ, is een pijnlijke doch bijna onvermijdelijke consequentie van wat ik noem “oude burgerparticipatie”.

WAT BEDOEL IK MET OUDE BURGERPARTICIPATIE?

Van wijkcommissies, burgerpanels, klimaattafels tot steekproef peilingen, wat wij in polderend Nederland allemaal hebben opgetuigd in het verleden beschouw ik als oude burgerparticipatie. Iedere vorm van burgerparticipatie sleept andere voor- en nadelen met zich mee, alhoewel een aantal tendensen te benoemen valt:

  • Organisaties die burgers moeten vertegenwoordigen leiden vaak tot meer bureaucratie, met de vraag of iedere belanghebbende partij wel aan tafel zit.
  • Informatieavonden trekken vaak een oudere doelgroep en/of enthousiastelingen over het bepaalde onderwerp, ook is het gaan en bijwonen soms té hoogdrempelig.
  • Informatieverstrekking op websites of papieren alternatieven zijn inherent eenzijdig, gezien de burger niet direct kan reageren. Tevens zoekt niet iedereen de vindplaatsen van deze informatie op, waardoor ze een discussie of een voorstel missen.

Dit neemt niet weg dat het beter is om iets te proberen om burgers te vertegenwoordigen, dan om niks te doen totdat een perfecte formule bestaat voor burgerparticipatie. Die zal simpelweg nooit bestaan. Maar of er een beter alternatief bestaat? Ik vind van wel.

VAN BURGERPARTICIPATIE NAAR E-PARTICIPATIE 

Ergens op de avond sprak ik iemand van de SED die bezig was met o.a. de energietransitie en het erbij betrekken van de burger. Hij vertelde mij dat iemand in een regio langs zo’n honderd huizen met enige regelmaat gaat om de burgers te peilen tijdens het proces. Daaraan voegde hij toe dat deze persoon iedereen van die honderd huizen vrijwel van naam kent. In een bepaald opzicht klinkt het bijna utopisch: voor iedere stap die de overheid zet, komt een man naar u toe om úw kijk erop te vragen.

Helaas informeerde de ambtenaar mij vervolgens dat ze nu al weten dat deze vorm van burgerparticipatie niet houdbaar is. Niet alleen qua kosten en uren: maar het zou ook het gehele proces achter de energietransitie aanzienlijk kunnen afremmen. Als er allerlei kwalen aan oude vormen zijn, maar deze directe vorm ook niet door kan gaan: hoe dan wel?

Voor dat antwoord heb ik naar het buitenland gekeken. Voornamelijk bij een klein Aziatisch eilandje genaamd Taiwan (of Chinees-Tapei voor onze Chinese lezers). Daar doen ze op landelijke schaal aan ‘E-Democracy’: waarin burgers, vertegenwoordigers van bedrijven en denktanks kunnen stemmen en meepraten over wetsvoorstellen of problemen waar de overheid mee kampt. Alhoewel deze referenda niet-bindend zijn, geven ze wel een goed beeld weer over de draagvlak binnen verschillende groepen. Door jezelf te kunnen registreren als bijvoorbeeld ambtenaar, bedrijfsvertegenwoordiger of burger van stad X: krijgt de overheid zo een helder beeld hoe bepaalde mensen denken en in welke regio ze wonen. Dit platform heet vTaiwan en heeft ondanks haar korte bestaan al een aantal successen onder haar riem.

Zo heeft de Taiwanese overheid sinds februari 2018 26 zaken voorgedragen aan de burgers op dit platform, waarvan 80% uiteindelijk heeft geleid naar het aanpassen, schrappen of maken van beleid door het parlement. De regering heeft bijvoorbeeld de Uber-kwestie (lokale taxibedrijven beschermen of de vrije markt aanhouden) exclusief aan dit platform voorgedragen. Door de discussies tussen burgers, vertegenwoordigers van taxibedrijven, ambtenaren en Uber zelf: is er zo een regulerings-wet naar voren gekomen waar alle partijen mee kunnen leven. Taxi’s blij, Uber blij, burgers blij en daarom de overheid blij.

Hoe vergezocht is het om dit toe te passen op Enkhuizen of de SED in het geheel? Voor de complexe dossiers die gaan komen zou in het mijn ogen juist handig zijn als burgers laagdrempelig kunnen inloggen, meepraten of zelfs vóór of tegen kunnen stemmen. De schaal kan flexibiel bijgesteld worden: praten burgers mee over ieder raadsvoorstel, of alleen grote thema’s? Doen we een referendum over het eindproduct, of voor iedere stap in het proces?

Daarbij kunnen de grotere spelers ook meepraten in de discussie: bijvoorbeeld een ambtenaar uit de SED, of een vertegenwoordiger van het Zuiderzee Museum. Iedere partij kan zo helder zien: wie is voor of tegen, wie vertegenwoordigen ze, uit welk gebied komen ze en wat is hun onderbouwing?

WAT IS HIERVOOR NODIG?

Ten eerste is het belangrijk om bij registratie de cruciale data te vragen die nodig is om goed te weten wie meepraat, waar ze zijn en wie ze vertegenwoordigen. Dat betekent niet dat heel Enkhuizen komt te weten dat J. de Vries van Hoofdstraat 19a nee heeft gestemd op een lokaal referendum: maar wel dat het college ziet dat mensen in Gommerswijk-west bijvoorbeeld 73% ja stemt en in de binnenstad maar 16%.

Of bijvoorbeeld dat veel vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven voor een uitbreiding van een weg zijn, maar de omwonenden niet. Ook moet men zeker weten dat iedereen die kan stemmen en/of meepraten, daadwerkelijk inwoner van Enkhuizen is en niet met 30-accounts even nee gaat stemmen op een vragend referendum. Alle details zouden bij de vormgeving te pas komen: maar de vele gevaren of nadelen zijn met een slim proces makkelijk te voorkomen.

Ten tweede moet er een goede inventarisatiemogelijkheid zijn voor de informatie dat ons lokaal platform binnenkrijgt. Zo moeten we weten wie welke bedrijven wilt vertegenwoordigen in het debat, maar ook in welke wijken bepaalde standpunten of problemen heersen. Als je geen onderscheid kan maken per wijk of per doelgroep: kan je krijgen dat een grote meerderheid tegen een plan in de binnenstad stemt, terwijl bewoners van de binnenstad zelf er unaniem voor zijn. Voor burgers of partijen onderling is het irrelevant wie uit welke wijk komt, tenzij de deelnemer dit zelf kiest aan te geven.

Ten derde (en tot slot) moeten alle relevante spelers aan dit platform deelnemen. Een discussie met het bedrijfsleven, of weten welke belangenorganisaties behartigd willen zien, kan niet als er maar één bedrijf of organisatie deelneemt. Laat het een formele positie aannemen als hét medium om in dialoog te treden met het College en de ambtenarij, en laat de burgers zich vrijwillig aansluiten. Met wat promotiewerk en toelichting, verwacht ik een grote deelname onder de Enkhuizenaren. Want een volk met sterke meningen, zijn wij zeker.